Werkelijke wijsheid zit in je lijf. Maar wat als je niet weet waar dat lijf zit?
Ik zie af en toe uit mijn ooghoeken ledematen. Een hand, een voet. Omdat er dan geen andere mensen in de buurt zijn, moet ik wel concluderen dat die ledematen bij mij horen, aan mijn lichaam vastzitten.
Die conclusie (het woord zegt het al) trek ik met mijn hoofd. En daar zit meteen het probleem. Ik ben -letterlijk – een wandelend hoofd. En dat hoofd heeft niet zo’n goede connectie met mijn lichaam. Working on it, maar: we zijn er nog niet.
Dat is best wel eens verdrietig. Vooral als ik verdrietig ben (of melancholiek), als er veel prikkels (ook mooie) binnenkomen, of als ik moe ben. Of onzeker. En geloof me: da’s best regelmatig. Alles komt binnen, er is geen filter. Bovendien ben ik al 2 jaar zo hard aan het werk aan al deze thema’s, voor het eerst in mijn leven, dat ik af en toe wat minder rek, wat minder energie, want minder relativeringsvermogen en wat meer pijn in mijn lijf heb.
Als dat gebeurt, dan schiet ik juist ín mijn lijf – maar niet op de juiste manier. Het slaat op slot, het verstijfd. En mijn hoofd, mijn gedachten lopen met me weg. Een tsunami aan breinactiviteit, die normaal gesproken al hoog is, overspoelt mijn bestaan, en ik kan alleen nog maar ratelen. Aanvallen, verdedigen, ontwijken. Allemaal vanuit de gedachten die ik dan heb, terwijl ik inmiddels weet: gedachten zijn subjectief. Die zijn nooit waar. Die zijn zelfs niet eens helpend. Ze slaan nergens op. Dat is vervelend voor mij, maar ook voor mijn omgeving, En als er niemand in die omgeving is, heeft The Beauty daarmee te dealen. Geen feest.
Gisterenmiddag bedacht ik om The Beauty onverwacht mee te nemen naar Hotel New York, als verrassing. Als cadeautje. Op – zomaar – een doordeweekse maandagavond. Er even uit, en vandaag lekker samen werken in een inspirerende omgeving, aan… juist: The Beauty & The Beast. Dat ging helemaal goed. Als een jong hondje sprong ik op toen ze blij op de verrassing reageerde, en ik kon mijn geluk niet op.
Onderweg deelden we dat we het best spannend vonden, dat optuigen van The Beauty & The Beast. Niet omdat we er niet in geloven, integendeel zelfs, maar omdat ook wij ons allebei soms niet goed genoeg voelen. Naar de ander. Esmee vind mij heel goed en is soms onder de indruk van alle dingen waar ik niks mee heb: so called reputatie, bereik en faam. En ik vind Esmee heel goed in alle dingen waarvan ik denk dat mensen ze niet zien bij mij of de dingen waarvan ik denk dat ik het niet kan, er geen talent voor heb. Hoewel we allebei niet van het woord houden, vind ik haar namelijk een veel betere coach dan mezelf. Het is mooi dat we dat kwetsbaar delen, maar het is ook weleens vreemd, op een grappige manier, zelfs. Ik voel me de mindere van haar en zij heeft mij veel te hoog zitten.
Toen we aankwamen, stond ik ook nog eens onverwacht voor een parkeergarage. Dat gaat altijd mis -iets met PTSS – en dat allemaal ook nog eens in Rotterdam, waar veel van mijn verleden ligt. Nu hadden we ook allebei nog eens een indringend dagje (huisarts omdat mijn hart fladderde, een spannend telefoongesprek over een onderwerp met negatieve energie, een spannend gesprek met een vriendin/samenwerkingspartner waar pijn en ‘niet gezien worden’ op zat en een intensieve 1-op-1 met een systemisch coach waar het ‘even’ over mijn vader’s familielijn ging). Ga er maar aan staan.
En dus. Ging het op een gegeven moment mis. Ik verstijfde, werd bang, had geen duidelijkheid meer en ontregelde. En het effect op Esmee is dan ook niet misselijk. Die ontregeld ook, wordt ook bang, voelt zich onveilig- maar op een ander niveau.
Een uur of twee worstelden we, waren we al drie keer uit elkaar geweest en was de wanhoop van het gebrek aan verbinding (maar zó graag willen) totaal overweldigend. Maar in een soort van onontkoombaarheid, een soort van niet aan te ontsnappen overtuigingskracht die ik dan soms juist héél heftig en spannend vind, kwam Esmee met haar grootste talent, juist daar waar mijn grootste leerpunt ligt.
De waarheid ligt in je lijf, in je hart, het zit niet in je hoofd.
Het lukte haar om door haar eigen angst heen te bewegen, tegen me aan te komen liggen, en mijn lichaam rustig te strelen. Het duurde even, want mijn lichaam geloofde het aanvankelijk niet (laat staan mijn brein), maar er kwam toch een punt waarop ik verzachtte. Waarop ik zakte. Losliet. Me overgaf, aan vertrouwen.
Het gebeurt vaker. Ik ben niet perfect en ik kom – traumatechnisch – van héél ver. Het lukt me al veel beter dan vroeger om te dealen met onzekerheid, onhelderheid en onveiligheid. Wat toch echt alleen van mij is en in het nu volkomen onterecht creaties zijn van mijn eigen hoofd. Maar eerlijk is eerlijk: ik ben ook maar een mens. Waar af en toe de getormenteerde en gekwelde Beast de boel overneemt omdat het iets ouds raakt. Of ik nu wil of niet.
Schaam ik me daar voor? Natuurlijk. Diep. Ben ik daar onzeker over? Natuurlijk. Af en toe is het behoorlijk vermoeiend, niet alleen voor mij. Maar ik zei al: working on it.
En gelukkig zijn we allebei mensen, niet alleen maar een Beauty en een Beast. We doorlopen, ervaren, onze eigen filosofie en benadering van relaties. Dus ook wij maken dagelijks nog mee dat liefde een werkwoord is.
Vandaag had ik juist op de rol staan om een ingewikkeld stukje in ons ebook af te schrijven: “Wat hebben we geleerd?” Vast geen toeval, want juist deze ervaring uit misschien wel de belangrijkste. Voor onszelf, maar ook die anderen kunnen leren.
Ik heb weer, voor de zoveelste keer, ervaren dat de harde onontkoombaarheid van The Beauty een functie heeft. Dat het alleen maar liefde is, goedbedoeld. Dat ik me mag overgeven, hoe moeilijk voor me ook. En: dat de fysieke verbinding, het letterlijke aanraken, het lijf wakker (laten) roepen, de enige manier is om uit dat overactieve en soms onheilspellende hoofd te komen. Dat hoofd dat in staat is zoveel te zien en creëren, maar soms ook vanuit een niet bestaand perspectief waar je eigenlijk helemaal niet bang voor hoeft te zijn. Esmee heeft geleerd dat zelfs in haar wanhoop, kwetsbaar zijn krachtig is. Door te stoppen met praten en met haar handen, haar lijf, haar haar, haar geur, haar energie, haar huid te gaan ‘werken’, we de verbinding weer kunnen voelen en de veiligheid tussen ons hersteld.
Dat was een pittig tripje, en dan heb ik het niet over de reis naar Rotterdam zelf. Maar tegelijkertijd: ik ben onnoemlijk trots dat we dit meemaken, dat we dit aangaan, en dat we dit met de wereld kunnen delen. Als wij het kunnen, kunnen jullie het ook.
En oh ja: als de liefde weer fier opstaat, twee mensen zó samenbrengt in vertrouwen, en twee lichamen zo verbindt op een heel diep geestelijk niveau, dan is het bedrijven van die liefde het mooiste wat er is. Geen doel op zich (goedmaken is zó 2022), maar wél een prachtig uitvloeisel van de versmelting.
Zelden heb ik haar lichaam meer geëerd, onze verbinding meer gevierd, het ritueel van samenzijn meer bekrachtigd dan gisteravond. Hoewel: ik? Nee, samen. Oneindig liefdevol, oneindig genieten, oneindig overgeven.
Ook on-ontkom-baar. Daarin doen we niet voor elkaar onder, hoeft geen van beide zich de mindere te voelen.