Het was lang geleden, maar hard nodig.
Inspiratie. Leven. Liefde. Vechtlust. Rauwheid. Waarheid. Iets vinden. Geraakt worden. Stilstaan bij. Iets bij elkaar puzzelen. En weer naar buiten lopen met tal van gedachten. Over de wereld. Waar we staan. Wat we in Godsnaam aan het doen zijn. Of: waarom we in Godsnaam – juist – niets meer doen.
Dus togen we naar het Stedelijk Museum Amsterdam, gisteren. Alwaar ik me weer eens ouderwets kon onderdompelen in een zee van beeldtaal, overspoeld werd haast door de geest van een onnavolgbaar talent dat we helaas al een aantal jaren moeten missen: Erwin Olaf met z’n ‘Freedom’.
Wat een man. Wat een Werk. Wat een zeggingskracht. Wat een vakmanschap. Wat een uitzonderlijk mens en wat een fenomenaal talent.
Natuurlijk kende ik (veel van) zijn werk. Maar ik kende eerlijk gezegd zijn geschiedenis niet. Daar waar hij vandaan kwam, zijn ontwikkeling. Begonnen als krantenfotograaf die naar krakersrellen gestuurd werd in de jaren ’80, waar waarschijnlijk zijn tegendraadse kijk op de maatschappij nog wakkerder werd geschud.
Controversieel? Ja. Maar daar ben je kunstenaar voor. Althans: dat was vroeger zo, denk ik. Of dacht ik, toen ik het museum uitliep. Want waar zijn ze gebleven? De kunstenaars, de schrijvers, de schilders, de fotografen die ons wijzen op misstanden, die ons aan het denken zetten, die de rol vervullen die de nar al in de middeleeuwen had, en waar zo vele groten hen in opvolgden.
Banksy, natuurlijk. Goddank. Ai Wei Wei – mogen we ook nog onder ons rekenen. En ja, Rob Scholte (ik mocht hem ooit een keer ontmoeten, mooi verhaal over, volgt nog een keer), maar de expositie van zijn ontplofte BMW in Arti et Amicitiae was wel ’t hoogtepunt. Van Hans Teeuwen horen we ook niet veel meer. Waar zijn de Theo van Gogh’s van deze wereld gebleven? De Salman Rushdies? Het bijtende cynisme van Jiskefet? De punk? De Herman Brood’s? De Jules Deelder’s? De Picasso’s met ‘een’ La Guerre (ik noem maar wat). De mensen die zich durfden uit te spreken?
Wie draagt tegenwoordig de spiegel die ons als maatschappij wordt voorgehouden? Die ons aan het denken zet, al is het maar even? Ben ik er zelf te veel uit, zie ik ’t niet meer? Zit ik in de verkeerde scene? Moet ik beter kijken?
Of is het de angst die de wereld domineert? De verstijving sowieso in Grotere Zin? Het schrikbeeld om gecanceld te worden? Dat je kop er af gaat als je iets anders vindt dan de goegemeente? Is ’t de grijze middelmaat van braafheid om je vooral niet te onderscheiden, om op te gaan in de massa, in ’t algoritme van onkreukbaarheid? Is de criticus bij ons allemaal een innerlijke geworden?
Als eerbetoon ’n serie van Erwin die ik kennelijk destijds gemist heb. Zijn ‘stille’ protest tegen de waanzin van het coronacircus. Wat ’n zeggingskracht.
Kunst. Met een grote K. Een grote U. Een grote N. Een grote S. Een grote T.
Zoals het bedoeld zou moeten zijn.